Ethiopië

Door: Nick Welman 

Eerste kennismaking
Om wat voor reden dan ook vliegen de meeste luchtvaartmaatschappijen overdag richting Oost- (en West-)Afrika, en ’s nachts terug. Andersom heeft me altijd logischer geleken. Nu betekent arriveren steevast pas laat op de avond, veelal kort voor middernacht, aankomen op een onbekend vliegveld, inclusief de ongemakkelijke taferelen op een donkere taxi-standplaats en de gedesoriënteerde rit door een duistere, vreemde stad op zoek naar een eerste hotel.

Dat allemaal zou me te wachten staan bij aankomst in Ethiopië. Maar de praktijk pakte anders uit. Direct buiten de luchthaven stond een employé klaar met een officiële lijst van taxitarieven en hij leidde me naar een erkende chauffeur. Die reed me met een vredige slakkegang van dertig kilometer per uur naar het vriendelijke Debre Damo-hotel. Ik had volkomen ten onrechte opgezien tegen ’s nachts arriveren in Addis Ababa. De kille berglucht deed me als een blok in slaap vallen.

Een week later had ik alle ups & downs van Ethiopië al meegemaakt. Ik had de meest warme en oprecht hartelijke ontmoetingen met Ethiopiërs gehad. Maar ik was ook afgeperst (voor zo’n 120 gulden) door een paar handige bedriegers. Ik had de paradijselijke natuur beleefd van de koele, groene hoogvlakten. En ik had de bittere armoede gezien in Addis Ababa. Om dit waarlijk grootse land te leren kennen, drong het al snel tot me door, had je wellicht minstens een jaar nodig – niet die paar weken die wij Nederlanders voor onze vakantie plachten uit te trekken.

Geschiedenis
Ethiopiërs zullen je met trots vertellen dat hun land ‘het oudste ter wereld’ is. De claim is terecht. Sinds de allereerste eeuwen van onze jaartelling is Ethiopië een (Christelijke) staatkundige eenheid, waarbij de val van Haile Selassie in 1974 een einde maakte aan de regering van een eindeloze rij opeenvolgende keizers.

Historische bronnen bevestigen het ontstaan vanaf 500 voor Christus van de eerste Ethiopische staat (Axum), waarvan het machtscentrum zich gestaag verplaatste naar het zuiden tot keizer Menelik II na 1888 Addis Abeba stichtte. De vorsten heersten over een machtig imperium en veroverden rond het jaar 500 AD grote delen van het huidige Saudi-Arabië en Jemen. Tekenend is dat Ethiopië zich van oudsher beschouwt als een grootmacht met een verworven recht te heersen over aangrenzende gebieden. Tijdens de Europese ontdekkingsreizen van rond 1500 had het bestaan van Ethiopië zich vastgezet in de legende over een zekere Priester Johannes, die zou regeren over een vergeten Christelijk koninkrijk diep in het hart van Afrika, een welkome bondgenoot in de krachtmeting met de Islamitische wereld. Met name de Portugezen putten zich uit in de zoektocht naar Priester Johannes. Ethiopië werd voor het eerst door een Europeaan (Pero da Covilham) bezocht in 1493.

In 1896 leed een Italiaans invasieleger bij Adwa een verwoestende nederlaag tegen het Ethiopische keizerrijk. Ethiopië is en blijft daarmee de enige oorspronkelijke Afrikaanse staat die ooit een Europese koloniale macht heeft verslagen en daarmee de eigen soevereiniteit kon bewaren. Vervolgens probeerden de Fransen het land economisch aan zich te binden middels de spoorlijn tussen Addis Abeba en de haven van Djibouti. Pas in 1936 slaagden de fascistische strijdkrachten van Mussolini erin Ethiopië te bezetten, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Uitermate dubieuze middelen als mosterdgas bleken daarvoor nodig. Ethiopië werd reeds in 1941 door de Britten bevrijd.

Tijdens de koude oorlog was Haile Selassie een trouwe steunpilaar van Amerika, tot de staatsgreep van de marxist Mengistu Haile Mariam in 1974. Na dertig jaar burgeroorlog scheidde in 1991 de voormalige Italiaanse kolonie Eritrea zich af als onafhankelijke staat en kwam het pro-Sovjet regime van Mengistu ten val. Mengistu verdient het wellicht bijgezet te worden in de galerij van communistische dictators, samen met despoten als Stalin en Ceaucescu. Thans geniet hij asiel bij zijn vriend Mugabe, president van Zimbabwe.

De huidige president Meles Zenawi was een voormalig voorstander van de Eritrese onafhankelijkheid, maar stortte zich in 1998 opnieuw in een kostbare oorlog met de verloren provincie. De politieke achtergronden daarvan zijn vooralsnog verre van helder. Her en der in Ethiopië zijn tekenen te zien van vooruitgang, met name verbetering en uitbreiding van het wegennet. Het kan echter nog decennia duren eer het land zich heeft hersteld van de tol van oorlogen en een onderdrukkend marxistisch regime. De Ethiopische geschiedenis is te complex om zich – zelfs niet in hoofdlijnen – te laten vangen in één paragraaf. Wie daadwerkelijk geïnteresseerd is, heeft veel leeswerk voor de boeg.

Culturen
Het ontstaan van het vroege Ethiopië is opgetekend in de Kebre Nagast (Glorie der Koningen), een boek dat op zichzelf een verlengstuk beoogt te zijn van de Bijbel. Het verhaalt hoe koning Salomo de koningin van Sheba verleidt tijdens haar roemruchte bezoek. Salomo bezweert koningin Sheba dat hij haar lichaam niet zal aanraken, zolang zij ook zijn bezittingen respecteert. Hij voert haar echter zulk zout eten, dat zij zich ’s nachts ten einde raad vergrijpt aan een kan drinkwater. Salomo, die als een leeuw op zijn prooi heeft liggen wachten, benut meteen zijn kans.

Hun zoon, de latere Menelik I, is de eerste mannelijke vorst van Ethiopië. Dit alles grenst aan het rijk der legenden – de Kebre Nagast ontstond pas rond het jaar 1000. Voor Ethiopië heeft het boek echter een status gelijk aan het heilige schrift. Verschillende Ethiopische keizers stierven met de Kebre Nagast aan hun borst gekluisterd.

Feit blijft dat de Ethiopiërs reeds Christenen waren terwijl de Romeinen zich nog vergaapten aan heidense spektakels in hun Colosseum. Het huidige Ethiopië is een staat waarin veel dingen ‘eigen’ zijn, zonder een referentie aan enig ander land of enig andere cultuur.

Ethiopië heeft een eigen schrift, gebaseerd op lettergrepen, dat verder nergens op lijkt. (Het systeem vertoont taalkundig hooguit oppervlakkige overeenkomsten met het Japans.) Ethiopië heeft een unieke Christelijk orthodoxe godsdienst. Het heeft een geheel eigen keuken, gebaseerd op injera (zuurbrood) en kitfo (afhankelijk van de regio rauw danwel halfrauw vlees, gemarineerd in boter, kruiden en kaas). Het heeft een unieke fauna met endemische zoogdiersoorten die buiten Ethiopië niet voorkomen. De taal, het Amharisch, is nauwer verwant aan het Arabisch dan aan omringende Afrikaanse talen. De blik van Ethiopië is van oudsher meer naar het Midden-Oosten gericht dan naar het Afrikaanse binnenland. Dit komt ook tot uiting in het grotere aantal internationale vluchten naar overzeese Arabische en Europese staten dan naar Afrikaanse bestemmingen.

Ethiopië heeft een eigen kalender met dertien maanden (de dertiende maand, pagame oftewel ‘sprongjaar’, valt rond eind augustus en telt vijf of zes dagen) en een eigen jaartelling, die acht jaar verschilt van de onze. (De Ethiopiërs vieren het millennium in 2008.) Zoals gebruikelijk in de Hoorn van Afrika heeft het land een eigen klok – zeven uur ’s ochtends is voor de Ethiopiërs één uur ’s ochtends, en vanaf daar telt men verder. Denk dus niet dat de klokken bij de bank, het postkantoor of het hotel verkeerd lopen.

Daarnaast omvat de Ethiopische staat een veelvoud aan inheemse culturen, zo gevarieerd als die van de Oromo, Afar en Somali. De verschillen per regio zijn enorm: van het ‘unheimische’ Addis Abeba tot bijvoorbeeld Dire Dawa, waar het leven zich lijkt te voltrekken in het tempo van een zomerse Zuid-Franse provincieplaats en waar je sinaasappelsap kunt sippen op schaduwrijke terrassen onder de klanken van Cheb Khaled of Celine Dions titelsong van de in Ethiopië immens populaire Titanic-film.

Toerisme
Tijdens de hoogtijdagen van het Haile Selassie-regime was Ethiopië één van de eerste Afrikaanse massabestemmingen in opkomst. De bewoners van Addis Abeba zullen je uitleggen dat tijdens Haile Selassie de economie floreerde, de munteenheid de Birr vrijwel gelijk stond aan de dollar en het leven voor menigeen goedkoop en luxueus was. In die periode bezochten vele georganiseerde rondreizen Ethiopië; logisch, aangezien geen enkel land in Afrika de unieke combinatie bood van zowel ongerepte natuur in de nationale parken als cultureel-historisch erfgoed.

Na 1974 sloten Mengistu en zijn gevolg Ethiopië hermetisch af van de buitenwereld. Een bezoek aan Addis Abeba was alleen toegestaan met een driedaags transit-visum, of onder begeleiding van een overheidsgids conform het Sovjet Intourist-model. In beide gevallen liepen de kosten voor de toerist op tot honderden dollars per dag.

Sinds Meles Zenawi het land weer open stelde, heeft het toerisme bij lange na nog niet het niveau bereikt van de Selassie-periode. Het is nagenoeg onvoorstelbaar hoe snel je, reizend buiten Addis Abeba, terecht kunt komen in gehuchten waar niemand een vreemde taal lijkt te beheersen, alleen de meest basale accommodatie voorhanden is en uitsluitend de inheemse keuken geserveerd wordt (injera met geitenvlees). Het openbaar vervoer bereikt zeker nog niet het peil van landen als Kenia of Tanzania, hetgeen Ethiopië voor individueel reizen tot een lastige bestemming maakt. De gemiddelde toerist is daarom aangewezen op een georganiseerde rondreis, in Nederland geboekt, dan wel in Addis Abeba geregeld via een lokale operator.

Fotografie en video blijven een ‘tricky’ aangelegenheid in Ethiopië. Achterdocht – een erfenis van het marxistische Mengistu-regime – overheerst. Zowel in Addis als elders kun je verwachten dat politie-agenten je zullen ondervragen over je intenties. Videocamera’s roepen al helemaal misverstanden op. Men onderkent nauwelijks het onderscheid tussen een amateur home-video en professionele journalistieke apparatuur. Laat video- en foto-apparatuur tenminste zien aan of registreren door de douane of breng even een bezoek aan het toerismebureau in Addis. Niet dat dit allemaal veel soelaas biedt, maar wellicht is het soms handig een visitekaart van het toerismebureau op zak te hebben.

Een Franse freelance fotograaf, Ludovic Maillard, bracht in de zomer van 2000 twee maanden door in de stad Harar: hij huurde een huis en woonde tussen de bevolking, zodat men wederzijds kon wennen aan zijn fotocamera en zijn werkzaamheden. Een dergelijke aanpak lijkt een voorwaarde voor een geslaagde fotoreportage: verwacht niet tijdens een haastig hap-snap bezoek de meest schitterende opnamen te kunnen maken. De houding van de bevolking ten aanzien van fotografie heeft te maken met een sterk gevoel voor privacy, die wordt aangetast door het in het wilde weg maken van opnamen. Daarnaast wensen Ethiopiërs liefst alleen gefotografeerd te worden wanneer men er op z’n best uitziet: niet in het alledaagse kloffie, maar met gepaste kleren, sieraden en ‘hair-do’. Zoals op elke bestemming is het essentieel om van te voren toestemming te vragen aan de mensen die je wilt fotograferen.

Desalniettemin is Ethiopië een onvoorstelbare bestemming. Een eenvoudig circuit vanaf de haven van het francofone Djibouti via Dire Dawa en Addis Abeba naar het Bale Mountains National Park brengt je al door zowat alle landschapstypen, klimaatzones en culturele uitersten die Oost-Afrika te bieden heeft. Wie een dergelijke expeditie onderneemt, heeft in veel gevallen nog het rijk alleen. Al duurt dit waarschijnlijk niet lang meer. Het toerisme naar Ethiopië is namelijk sterk in opkomst: steeds meer avontuurlijke reisorganisaties bieden het land aan, zoals Sawadee Reizen en Baobab.

De potenties van Ethiopië op toeristisch gebied zijn eindeloos. De historische monumenten als de Middeleeuwse kasteelstad Gondar, de veronderstelde bewaarplaats van de Ark des Verbonds in Axum, de rotskerken van Lalibela en de wildparken bieden een kaleidoscoop van attracties die wachten op herontdekking door de het toerisme. Dat Ethiopië een bewogen geschiedenis met hongersnoden, droogte en oorlogen heeft helpt natuurlijk niet mee met het bewerkstelligen van Ethiopië als een toeristische bestemming.

Bale National Park
Vergeleken met de overbezochte parken van Kenia en Tanzania is Bale Mountains National Park (nabij Awasa) een onontdekte parel. Het dorp Dinsho is de uitvalsbasis voor dit natuurgebied, bereikbaar per bus vanuit Addis Abeba (meer dan 12 uur) of Shashamene (8 uur). In Dinsho staat een fraaie lodge, daterend uit de Haile Selassie-periode. Alle voorbereidingen voor lange wandeltochten kun je ter plekke regelen.

Zijn in veel andere nationale parken in Afrika de oorspronkelijke bewoners uit het gebied verwijderd, in Bale zwerven de Oromo-herders met hun rundvee nog steeds vrij over de bergplateaus. Ogenschijnlijk lijkt dat in een harmonie met de wildstand te gaan. De Ethiopische wolven, één van de meest bedreigde roofdiersoorten op aarde, trekken als een soort zelfbenoemde herdershonden met de kuddes mee, aangezien het vee hun een goede dekmantel verschaft bij de jacht op ratten en andere knaagdieren. Bedreigingen zijn er echter ook: de honden van de Oromo verspreiden hondsdolheid onder de wolven en meer Oromo beginnen permanente nederzettingen in het park te bouwen. Hoe lang de symbiose tussen mens en wild hier stand zal houden, is dus de vraag. Voorlopig blijft Bale op dit punt een positieve uitzondering onder de wildreservaten.

Van de vijfhonderd overgebleven Ethiopische wolven leeft ruim de helft in Bale. Ander opmerkelijk wild vormen de bergnyala’s, een soort grote antilope, die tamelijk weinig angst voor de mens lijken te kennen en die je te voet van nabij kunt benaderen. Op langere wandeltochten tref je klipspringers, bosbokken en de al even bijzondere Menelik-bosbok. De wolf, de bergnyala en de Menelik-bosbok zijn endemisch in Ethiopië, hetgeen betekent dat ze nergens anders ter wereld voorkomen.

Bale Mountains zit eigenlijk dringend verlegen om toeristen. Het parkpersoneel zelf omschrijft het huidige bezoekersaantal als “nagenoeg nihil”. Natuurlijk zit niemand te wachten op de honderdduizenden toeristen zoals Amboseli, Masai Mara en Ngorongoro trekken, maar een gestage instroom van bijvoorbeeld tien tot twintig bezoekers per week zou een uitkomst zijn voor het parkbeheer en voor het op lange termijn in stand houden van dit unieke natuurgebied.

Ethiopie heeft veel unieke flora en fauna, die nergens anders ter wereld voorkomen, maar de toekomst hiervan is onzeker. Toerisme wordt als belangrijk middel gezien om deze unieke flora en fauna te kunnen behouden.

Ethiopië als bestemming
Wie Ethiopië bezoekt moet beschikken over een zekere veerkracht – en ook enigszins ‘streetwise’ zijn. Armoede kom je zeker tegen in Ethiopië, zowel in de steden als hierbuiten. Op straat in Addis Abeba kun je aangesproken worden door ogenschijnlijk vriendelijke mannen die je uitnodigen voor speciale gelegenheden of ceremonieën – sla deze aanbiedingen zo snel mogelijk af. Het gaat doorgaans om gewiekste afzetterijen (die trouwens in de ogen van veel Ethiopiërs de reputatie van het land naar de knoppen helpen). Ethiopiërs kunnen je zeker welgemeend uitnodigen voor een koffieceremonie (of qat-kauwen) bij hen thuis, maar dat gebeurt na een eerste dag van kennismaking en wederzijdse aftastende gesprekken – niet zomaar plompverloren op straat. Opnieuw blijkt weer eens dat ‘de tijd nemen’ een wezenlijke voorwaarde is voor een duurzame vakantie.

Heb je eenmaal een evenwichtige manier gevonden om met de keerzijden van Ethiopië om te gaan, dan zijn er maar weinig andere landen wereldwijd waar je zo’n bijzondere en interessante tijd tegemoet kunt zien. Ethiopië is een overweldigende bestemming van onverwachte landschappen en adembenemende vergezichten. Delen van het land ogen als het Hof van Eden, met weelderige landbouwgronden. Ethiopië is een sterk ruraal land. Buiten Addis Abeba zijn er nauwelijks steden van betekenis. Zelfs plaatsen die op de kaart ‘groot’ lijken, blijken in de praktijk soms uit niet meer dan een rij huizen langs een hoofdweg te bestaan. Af en toe is het opvallend hoe je met wat geluk in dorpen rustige en aangename hotels kunt vinden, met een plezierig terras, vrijwel midden in een landelijke omgeving.

De trein van Addis Abeba naar Dire Dawa is nauwelijks geschikt voor het toerisme. De dienstregeling is hoe dan ook erg onregelmatig. Trek je individueel rond, dan ben je aangewezen op de bus. Wie langer is dan 1,85 meter gaat claustrofobische ervaringen tegemoet.

Wegkomen uit Addis Abeba is de eerste klus. Vlakbij La Gare, in het centrum van de stad, is het busstation voor korte lijnen naar Nazret (de hele dag door) en Shashamene (tot de middag). Buiten het centrum, het best bereikbaar per taxi, ligt het hoofdbusstation (autobistara) voor de langeafstandsbussen, die allemaal om zes uur ’s ochtends vertrekken. Voor de rest van de dag hult het autobistara zich in een vrijwel complete rust. Eenmaal buiten Addis kun je het busstation in elke plaats makkelijk vinden. Nagenoeg overal is zes uur ’s morgens het vertrekuur, behoudens voor wat lokale lijnen met onregelmatige vertrekken. Halen bussen hun eindbestemming niet voor zonsondergang, dan wordt er een nachtelijke stop ingelast bij een van de eenvoudige hotels die elk dorp in Ethiopië rijk is. Bij zonsopgang gaat de reis dan weer verder.

Hoewel het prijspeil laag ligt, is Ethiopië geen land voor wie het ‘met de hand op de knip’ wil doen. De omstandigheden waaronder sommige delen van de bevolking moeten leven, nodigen eerder uit tot een gulle hand. Ethiopië is een land van fooien. Ook Ethiopiërs zelf bemiddelen onderling regelmatig over het afkopen van allerlei diensten en verplichtingen. Je zult dus moeten betalen aan degene die je bagage afhandelt, de ober in het restaurant, het kamermeisje, enzovoorts. De mensen die werken in het toerisme zijn afhankelijk van deze fooien voor hun levensonderhoud.

Laatste impressie
Meer dan menig ander volk in Afrika koesteren veel Ethiopiërs respect voor de dieren in hun land. De inheemse soorten als de bergnyala en de Ethiopische wolf worden als onmisbaar deel van het nationaal erfgoed beschouwt. Mijn gids Tilahun in Bale National Park verhaalde hoe, in de anarchistische overgangsperiode tussen het bewind van Mengistu en Meles Zenawi, een groep militairen die twee nyala’s schoot vervolgens door de woedende dorpsbevolking van Dinsho nagenoeg werd gelyncht.

In het openbaar vervoer veren de buspassagiers op uit hun stoelen zodra in het struikgewas een struisvogel of baviaan verschijnt. Of de Ethiopiërs tillen kun kirrende kinderen met beide handen de lucht in om ze een glimp op te laten vangen van een familie wrattenzwijnen in de berm. Het is een ontwapenend enthousiasme voor de natuur dat zich geenszins verhoudt tot onze hardnekkige beeldvorming rond Ethiopië als een land van honger, oorlog en ellende.

Interessante links:

Ethiopian Ministry of Culture and Tourism

Algemene toeristische informatie over Ethiopië

Cyber Ethiopia

Nieuws over Ethiopië

Worldsurface.com

Duurzaam op vakantie in Ethiopië

Transitions Abroad

Artikel over toerisme in Ethiopië

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *