Reisverslag Uganda

nursebed with pines.JPGborder carbon project.JPGview of recpas planted trees.JPGbee hive as wanted by recpa.JPGIMG_0623.JPGIMG_0621.JPGIMG_0620.JPG

 

Eerste reisverslag

 

 Uganda. Velen zullen bij het horen van dit woord direct aan de film ´Last king of Scotland´, over het regime van Idi Amin denken. Of misschien aan het huidige conflict tussen de rebellen in het noorden van Uganda en de overheid, die maar niet tot een overeenkomst kunnen komen. Toch is mijn eerste indruk van dit land dat het een open, gastvrij, vrolijk en redelijk veilig land is. Het is nu bijna een week geleden dat ik aankwam in dit oost-afrikaanse land. Samen met een mede-student, Angela, ben ik (Kim) hier voor de komende drie maanden te vinden. We zijn hier voor het afstudeeronderzoek van onze master, Environment and Resource Management. Momenteel verblijven we nog in de hoofdstad, Kampala, maar vanaf komende week zullen we ons voornamelijk op het platteland in het district Ntungamo bevinden, om te kijken naar initiatieven van lokale gemeenschappen in het ondernemen van duurzame manieren van landgebruik. Daarnaast zal ik, voor zover de internettoegang het toelaat, proberen wat te schrijven over het toerisme in Uganda.

Ik moet zeggen dat dit laatste tot nu toe nog niet echt makkelijk is geweest. Angela en ik verblijven bij een lokale familie in een buitenwijk van Kampala. Ver verwijderd van alle andere toeristen zijn we vooral voor de kinderen in de buurt een heuze lokale attractie. Elke keer als we vanaf het huis naar de ´bushalte´ lopen worden we uitgebreid begroet; ´Hello muzungu!, Bye bye muzungu!´ Dit zullen waarschijnlijk wel meer mensen met een blanke huidskleur meemaken, maar het grote verschil tussen deze wijk en de toeristische gebieden is, denk ik, toch dat deze kinderen geen enkele andere intentie hebben dan ons te begroeten. Ze zijn niet op geld of snoep uit, maar rennen met ons mee, en zwaaien en lachen naar ons. Eigenlijk vind de hele buurt het wel grappig dat wij hier zijn.
Deze eerste week hebben we ook niet echt toeristische activitieten ondernomen. Het bleek zo te zijn dat sinds vorige week veel bankpassen niet meer geaccepteerd worden in Uganda, en juist ja, die van ons dus ook niet. De laatste dagen bestonden voornamelijk uit veel financieel geregel, en dat neemt hier behoorlijk wat tijd in beslag. Toeristen, hostels of toeristische activiteiten zijn geen onderdeel geweest van deze week, en ik kan tot nu toe weinig over toerisme zeggen, laat staan of het op een eerlijke manier gebeurt. Daarom schrijf ik dit eerste bericht maar over iets waar toeristen bijna altijd wel mee te maken krijgen: het openbaar vervoer.

Kleine busjes, mini-vans, fungeren voornamelijk als het openbaar vervoer in Kampala. Het is een uitgebreid netwerk, en je kunt dan ook overal komen. Ik heb zelf veel in Latijns-Amerika gereisd, waar ook veel van zulke busjes deel uit maken van het openbaar vervoer. Een verschil dat mij direct duidelijk werd, is dat hier de regel niet is ´des te voller het busje, des te meer inkomsten´, maar dat er keurig drie mensen per rij zitten, met een maximum van vijftien mensen in een busje. Politie of geen politie in de buurt, het busje wordt niet volgepropt. Erg netjes en ook wel fijn voor lange Nederlanders. Deze wet is een paar jaar geleden ingegaan en lijkt goed te werken, in tegenstelling tot in bijvoorbeeld Peru, waar ze al vijf jaar bezig zijn met het invoeren van deze regel, zonder veel succes. Waarschijnlijk is het ook wel zo verstandig om deze regel in Uganda te hebben, aangezien de kans dat je een verkeersongeluk krijgt groter is dan dat je malaria krijgt. Want wat een chaos is het verkeer hier! Als je denkt dat een weg met twee rijstroken een tweebaansweg is, heb je het goed mis, er kan immers prima ook nog in het midden van de weg gereden worden.
Daarnaast is de staat van de wegen over het algemeen vrij slecht. Als de wegen al verhard zijn, zitten ze vaak vol met kuilen in het asfalt. Veel wegen buiten het centrum zijn niet verhard, en de harde regen die ´s nachts veel valt, verandert de weg in een grote rode modderpoel. Wel zijn er op veel plekken werkzaamheden bezig met betrekking tot het aanleggen van een grote, cemente goot langs de weg, om het water af te voeren. Er wordt dus hard gewerkt aan de staat en veiligheid van de wegen. En daarmee is het eigenlijk ook wel gezegd. De vervuiling is, zoals in veel landen in ontwikkeling, groot. Maar om een of andere reden lijken de zwarte wolken uit de uitlaten van auto´s en busjes hier nog zwarter te zijn, en de extreem hoger brandstofprijzen (brandstof wordt geimporteerd uit Kenia, en de onrust daar drijft de prijzen tot meer dan het dubbele van Nederlandse niveaus!) lijken de pret niet te drukken. Ook de boda-boda´s, de motortaxi´s die in overvloed te vinden zijn, maken het geheel er niet schoner of veiliger op. Ze crossen overal tussendoor, toeteren als jij in hun weg staat, en het is aan jou om uit de weg te springen; zij rijden gewoon door. Toch maken ze het verkeer ook wel tot een gezellig boel. Van bananen tot kalkoenen, van zakenmannen tot vrouwen met kinderen; alles kan op de boda-boda vervoerd worden!

Hopelijk kan ik volgende keer meer vertellen over hoe het hier met het toerisme gesteld is. Ik doe m´n best en houd jullie op de hoogte!

 

Tweede reisverslag

 

RECPA: een beginnend succesverhaal

 

We hebben de afgelopen tweeenhalve week in Rwoho doorgebracht, een dorp zonder electriciteit, telefoonnetwerk en stromend water. Het ligt relatief vlakbij 'highway town' Ntungamo, maar met de slechte wegen hier, ben je altijd langer onderweg dan je in eerste instantie zou denken. Rwoho is een dorp dat omringd wordt door velden met bananenplanten, wat ervoor zorgt dat matoke, de stampotachtige bananenmaaltijd, hier nog meer gegeten wordt dan in andere delen van Uganda. Buiten de bananen om worden er veel anderen groenten en fruit verbouwd, en honger is dan ook een relatief onbekend woord hier. De heuvels boven de banenenplantages waren jarenlang bebost met oorspronkelijke vegetatie. Maar toen de overheid eind jaren negentig besloot de bossen te kappen, begonnen de problemen voor Rwoho. De boomkap zorgde voor veel erosie en modderstromen door de plantages en het dorp. De reactie van Rwoho hierop is wat deze gemeenschap bijzonder maakt.

 

In 2003 werd RECPA opgericht door tien mensen uit Rwoho. RECPA staat voor Rwoho Environmenal Conservation and Protection Agency. Deze CBO (Community Based Organisation) heeft als doel de problemen van erosie en modderstromen tegen te gaan. In tegenstelling tot vele CBO's in Afrika groeit RECPA, en krijgt het een steeds sterkere positie doordat het als een groep voor meer steun en fondsen in aanmerking komt dan individuen alleen. Inmiddels heeft RECPA ongeveer 250 leden. Een van de doelen van de organisatie is het stimuleren van eco-toursime. Het punt is alleen dat ze niet echt weten waar ze moeten beginnen. Rwoho is een klein, agrarisch dorp met weinig voorzieningen. Veel mensen hebben weinig scholing gehad, en toerisme in de praktijk kennen ze nog niet echt, laat staan eco-toerisme. Ze hebben nog een lange weg te gaan, maar ze zijn vastbesloten: eco-toerisme zal er komen. De problemen voor eco-toerisme zijn voornamelijk te vinden in de afvalvoorzieningen, die zijn er namelijk niet. Al het afval wordt verbrand of in de latrines gegooid. En over latrines gesproken, wc's en douches zijn er niet, en ook alle andere toeristische voorzieningen zijn afwezig. Blanke mensen zijn een enorme raritiet in het dorp, met als gevolg dat kinderen je overal achtervolgen en mensen van hun fietsen afstappen om je aan te staren. Gelukkig verdwijnt het idee dat de blanken de zwarte mensen eten langzamerhand, maar er zijn nog steeds wat mensen die denken dat dit het geval is.

 

Maar het dorp heeft ook zeer zeker potentieel voor eco-toerisme, door de activiteiten van RECPA. Al voor de oprichting van RECPA begonnen de boeren met het planten van sparrebomen op hun heuvels, om de grond vast te houden en de negatieve effecten van de boomkap van de overheid te verminderen. Het planten van deze bomen is nu de voornaamste activiteit van RECPA. Honderdduizenden sparrebomen zijn inmiddels geplant, waardoor het dorp nu omringd wordt door dondergroene heuvels en je eerder het idee hebt dat je in Oostenrijk bent dan in Uganda. De overheid steunt de aanplant met subsidies in de vorm van jonge bomen. In eerste instantie werden de bomen voornamelijk geplant om later verkocht te worden als brandhout, om op die manier inkomsten te leveren. Maar naarmate er meer bomen werden geplant, en RECPA meer bekendheid verwierf, werd het idee van 'CO2-uitstoot compensatie' geopperd. Zou RECPA niet in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding, omdat de vele bomen de CO2 uitstoot van de ontwikkelde landen compenseren?

 

En inderdaad. Het 'klimaatbos' is inmiddels een feit. Sinds 2006 neemt RECPA via de Wereldbank deel aan de handel in emissierechten. Het is een grote stap vooruit voor een lokale organisatie in Afrika. RECPA heeft land van de overheid gekregen om nog meer bomen te planten, en op een aantal voorheen kale heuvels pronken nu kleine boompjes, waar goed voor gezorgd wordt. In 2009 is de eerste evaluatie en verwacht RECPA de eerste inkomsten uit dit project binnen te halen. De mensen die deel nemen aan het project zien dit als een van de trekpleisters voor het eco-toerisme, en ze zijn er ontzettend trots op. Grappig is dat de gemiddelde persoon eigenlijk niet echt een idee heeft wat het nou precies inhoudt, en ze vragen zich af of wij in Nederland nu echt beter af zijn door de geplante bomen.

 

Buiten het 'carbon project' om houdt RECPA zich bezig met andere activiteiten gerelateerd aan de geplante bomen of aan de natuur in haar geheel, die ook deel uitmaken van hun plan voor eco-toerisme. Om de boomkap tegen te gaan, hebben ze de 'energy-saving stoves' geintroduceerd. Deze 'fornuisjes' van klei verbruiken minder brandhout en voeren de rook af door een heuze schoorsteen. De gezondheid van vrouwen en kinderen verbeterd hierdoor aanzienlijk, en er zijn minder bomen nodig om als brandstof te dienen. Vooral de vrouwen zijn er erg blij mee, en laten je maar al te graag hun keuken zien. Een aantal lokale vrouwen zijn getraind door professionals om anderen te leren hoe ze deze constructies kunnen maken.
Ook is RECPA bezig met het maken van bijenkorfen die aan de bomen bevestigd worden. Er zijn een aantal individuen die op deze manier honing produceren, en het is een groot succes in de regio. Evenals het aanleggen van visvijvers. Vis doet het goed op de markt, aangezien er geen meer of zee te bekennen is in de wijde omtrek.

 

Voor veel activiteiten heeft RECPA steun in de vorm van geld of goederen gekregen. Door het succes van de organisatie in het verwerven van deze steun, zijn de mensen gemotiveerd om nieuwe naar activiteiten te zoeken die inkomsten kunnen opleveren. Hun pronkstuk voor het toerisme zijn de bossen, en alle activiteiten die ze daaraan gerelateerd hebben. Het is een succesverhaal dat groeit, en ik denk dat er zeker mensen geinteresseerd zouden zijn om dit succes van een simpel dorpje te aanschouwen. Zoals ik al schreef, de toeristische voorzieningen zijn er nog niet, en ze hebben nog een lange weg te gaan. Maar de trekpleister groeit, en wie weet komt op een dag de droom van velen in Rwoho uit, en komt er een heus hotel.