Op safari

Afrika wordt als bestemming steeds populairder. Kenia ontving bijvoorbeeld 25% meer bezoekers in 2005 dan het jaar ervoor. Toeristen bezoeken het land vooral om de mooie stranden en de bijzondere wildparken. Het toerisme naar Kenia neemt massale vormen aan, wat natuurlijk gevolgen heeft voor de natuurgebieden. Door de vele safari jeeps, die niet altijd op de paden blijven, ontstaat er erosie. Ook worden de dieren verstoord als de jeeps te dichtbij komen. De toeristen gaan allemaal naar dezelfde gebieden toe, waardoor de wildparken steeds meer weg hebben van een dierentuin of attractiepark. Spreiding van toerisme om de natuur minder te belasten is daarom van essentieel belang. Door toeristen te stimuleren om in het laagseizoen te komen en ook de minder bekende, maar niet minder bijzondere, parken te bezoeken, wordt spreiding bewerkstelligd. Hierdoor kunnen ook andere gebieden economisch profiteren van het toerisme en is de druk op de populaire wildparken minder groot. Er zijn natuurlijk ook positieve kanten aan safaritoerisme: door bezoek van toeristen aan de wildparken ontstaat er draagvlak om deze natuur te beschermen. Omdat bezoekers entreegeld moeten betalen, is er een economische impuls om het gebied te beschermen. Door bezoek aan de wildparken ontstaat er ook bewustzijn van het belang van het behoud van de bijzondere flora en fauna.

Niet alleen de betrokkenheid van toeristen bij het behoud van de natuur is belangrijk, ook de rol van de lokale bevolking hierin is van essentieel belang. Die moet aan natuurbescherming kunnen verdienen. Anders is er geen motief om de natuur en de dieren te beschermen. Betrokkenheid van de lokale bevolking bij het plannen en ontwikkelen van toerisme in hun regio is erg belangrijk om natuurgebieden te kunnen beschermen.

Naast het safaritoerisme, vindt er in een aantal landen in Afrika jachttoerisme plaats. In Kenia is dit verboden, maar in landen als Zuid-Afrika, Zimbabwe en Tanzania is het nog wel toegestaan. Hier wordt gezegd dat “trophy hunting” ten goede komt aan natuurbescherming. Er gaat in ieder geval veel geld in om: een toerist betaalt rond de 5000 dollar voor een leeuw en 9000 dollar voor een olifant. Een deel van dit geld gaat naar natuurbeschermingsprogramma’s. Maar door de grote mate van corruptie in Afrikaanse landen is dat nooit met zekerheid te zeggen. Wel is het zo dat er jachtquota’s zijn opgesteld: Als er van een bepaald soort teveel zijn, worden de oude en zieke dieren afgeschoten om de wildpopulatie in stand te kunnen houden. Er zijn uitzonderingen: er mag nooit gejaagd worden op beschermde diersoorten, zoals de cheeta en de wilde hond. Ondanks dat jachttoerisme veel geld in het laatje brengt, zijn de wilde dieren nog altijd meer waard levend dan dood: safaritoeristen betalen keer op keer geld om het wild te zien, wat altijd meer en langduriger geld opbrengt. Er zijn dus kanttekeningen te plaatsen bij het jachttoerisme.

In het wild dienen dieren zich op natuurlijk wijze te kunnen gedragen, zonder verstoring of interventie. Als ze dit natuurlijke gedrag niet kunnen vertonen, kan dat belangrijke consequenties hebben. Bijvoorbeeld cheeta’s in het Amboseli National Park in Kenia worden gestoord in hun gedrag vanwege de hoge aantallen bezoekers in park waarbij soms meer dan 30 wagens verzameld zijn rondom een individuele cheeta of een groep. Onder deze omstandigheden proberen cheeta’s actief de auto’s te ontwijken waardoor de dagelijkse jacht wordt uitgesteld. Een ander voorbeeld is Lake Kariba in Zimbabwe. Hier hebben de grote aantallen boten en het geluid dat zij produceren ertoe geleid dat het drinkgedrag van olifanten en de zwarte neushoorns is verstoord. Een verdere toename in boten zal naar alle waarschijnlijk de voortplanting van de aanwezige nijlpaarden negatief beïnvloeden.

Nog te weinig lokale touroperators en leveranciers zijn er zich van bewust dat, om een ‘nature based of ‘wildlife’ product te verkopen, ze gebaat zijn bij natuurbehoud en -beheer. Maar nog steeds zijn er touroperators die de natuurlijke omgeving gebruiken om op korte termijn winst te maken. Aan de andere kant zijn er gelukkig ook lokale tour- operators en leveranciers die bijdragen aan het behoud van biodiversiteit en de natuurlijke omgeving waarin ze hun activiteiten uitvoeren.

Het beleid van de Zambia Wildlife Authority (ZAWA) zorgt ervoor dat het vlees van jachttoerisme activiteiten, gedistribueerd wordt naar de lokale gemeenschappen die in de omgeving leven. Daarnaast moet 50% van de inkomsten uit het jachttoerisme ten goede komen aan projecten van de lokale gemeenschappen. De gemeenschappen bepalen zelf wat er met het geld gebeurt. Deze gemarginaliseerde rurale gebieden gebruiken het geld om de scholen en ziekenhuizen te verbeteren. Ook worden er met het jachttoerisme geld dammen gebouwd en worden mensen aan het werk gezet om de natuur en de dieren te beschermen. Het jachttoerisme draagt in bepaalde regio’s van Zambia bij tot natuurbescherming en in verbetering van de levensstandaard van de lokale bevolking.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *