Pakistan

Door: Nick Welman

Eerste kennismaking
Alles lijkt kapot in de Abasseen Express waarmee ik van Multan naar Rawalpindi reis. Licht stuk, ventilator stuk, de coupédeur sluit niet, het schuifraam zit klem, de WC spoelt niet door. “Ja, dát is Pakistan”, zegt Sadiq, mijn coupégenoot in de eerste klasse slaapwagen. Hij bedoelt het helemaal niet als verontschuldiging, maar een gepaste trots klinkt juist door in zijn stem. Wij, als Europeanen, verafschuwen tegenslagen. We investeren miljarden in efficiëntie, in beheerssystemen, in allerlei vormen van risicovermijding. Pakistani, daarentegen, omhelzen juist de tegenslagen. Ze nemen ze op in hun cultuur, maken ze onderdeel van het dagelijks leven, onderdeel van hun identiteit. Wel zo relaxed. Je hebt veel minder stress op die manier.

De naam van mijn trein, Abasseen Express, is afgeleid van de Pakistaanse naam voor de rivier de Indus. Abasseen betekent heel poëtisch: de moeder van alle rivieren. Maar – in schril contrast tot die dichterlijke naam – is de vloer van de coupé zo vuil dat ik er met tegenzin mijn bagage neerzet. Sadiq bespeurt mijn terughoudendheid.
“Wij Pakistanen zijn vrije mensen”, grapt hij meteen. “Wij houden van smoezelig.”

In ons gesprek (Sadiq is natuurkundedocent in de stad Quetta) komt het onderwerp toevallig op lievelingskleuren.
“Mijn lievelingskleur is grijs”, verklaart Sadiq.
“Grijs?”, frons ik. “Wat een merkwaardige lievelingskleur. Als in Holland iemand dat zou zeggen, dan zou iedereen denken dat hij heel saai en behoudend is. Of misschien zelfs wel wat depressief in aanleg.”
“Waarom?”, werpt Sadiq tegen. “Het is een schitterende kleur. Kijk nou naar jouw eigen overhemd. Dat is grijs. Als je grijs geen mooie kleur vindt, waarom draag je het dan?”
Inderdaad heb ik een grijs katoenen overhemd aan.
“Wat is jouw lievelingskleur?”, wil Sadiq weten.
“Rood”, antwoord ik naar eer en geweten.
“Rood? Zoiets zou je in Pakistan nou weer niet moeten zeggen. Als je zegt dat rood je lievelingskleur is, dan denkt iedereen dat je heel agressief en gewelddadig bent.”

Geschiedenis
Het idee dat Pakistan en India aparte landen zijn, is van zeer recente datum. De hele wereldgeschiedenis door, tot de zelfstandigheid in 1947, is Pakistan gewoon onderdeel van het subcontinent India geweest. Sterker nog, de Indus is de rivier die sinds de klassieke Oudheid aan India zijn naam heeft gegeven, ook al loopt die thans vrijwel nergens meer door Indiaas officiële grondgebied. De inwoners van India zelf noemen hun land ‘Bharat’, niet India.

Mohammed Ali Jinnah, het eerste staatshoofd van Pakistan (door de Pakistani aangeduid als Quaid e-Azam, de “grote gids”) bedong bij de onafhankelijkheid van Engeland dat de Indiase moslims een eigen staat zouden krijgen. Die splitsing tussen Pakistan en India, op 14 augustus 1947, leidde tot massale volksverhuizingen. 8,5 miljoen hindoes verhuisden naar India en 8 miljoen moslims naar Pakistan, voornamelijk te voet. Een gigantische exodus, waarbij onder erbarmelijke omstandigheden tienduizenden doden zijn gevallen. Natuurlijk is die ‘volksscheiding’ nooit 100% geworden: in India wonen nog ruim 100 miljoen moslims. In Pakistan vormen de hindoes thans een zeer kleine minderheid. Oorspronkelijk bestond Pakistan uit een gescheiden westelijk en een oostelijk deel, maar op 16 december 1971 scheidde Oost-Pakistan zich na een bloedige burgeroorlog af als Bangladesh. Gezien India, Pakistan en Bangladesh vroeger één land vormde, verklaart waarom er nog altijd strubbelingen zijn tussen deze drie landen.

Een kern van de zaak is dat – sinds de Islam rond het jaar 715 de Indus-vallei bereikte – deze nieuwe godsdienst vooral mensen heeft aangesproken in de onderste kasten van de traditionele hindoe samenleving. Voor hen en voor de kastelozen (untouchables), opende de Islam tenminste één mogelijke uitweg uit het rigide kastenstelsel. India werd tweehonderd jaar geregeerd door de befaamde Groot Mogols: moslimveroveraars, van origine afkomstig uit Kabul en bouwers van de bekende Taj Mahal (Agra, India, in 1632-1648). Het Mogol-rijk was een glorieperiode in de Indiase geschiedenis, maar zelfs die glorietijd heeft van India geen moslimland gemaakt. Een hindoe met een zekere welvaart, status, opleiding en toekomstperspectieven, die werd niet zo snel moslim. Onder de hindoes die na 1947 Pakistan ontvluchtten, bevond zich ook juist het hogere kader van het land: bankiers, zakenlieden, artsen en technici.

Door de eeuwen heen heeft de Islam in India met name de lager geplaatste groepen aangesproken. Dat schemert nog steeds door in het verschil tussen Pakistan en India. Pakistan is een groots land, met rijken en armen, met geleerden en magnaten, universiteiten en moskeeën, monumenten en metropolen. Maar het mist de ‘pracht en praal’ die je in India kunt aantreffen. Inderdaad, zoals mijn coupégenoot Sadiq zei, is Pakistan een land van grijze en asgrauwe, vale en sobere tinten. Vergeleken met z’n grote buur is Pakistan een land van bescheidener, eenvoudigere mensen.

Toerisme
Pakistan kun je niet typeren als een vakantieland. De luxere hotels van de Pakistan Tourism Development Corporation (PTDC), het officiële staatsbedrijf dat toerisme bij de belangrijke bezienswaardigheden stimuleert, zijn veelal chronisch onderbezet. Je vindt de PTDC-hotels bij attracties als de ruïnesteden van Mohenjo Daro en Taxila. Ik dineerde regelmatig in het PTDC-hotel in Taxila; elke keer dat ik verscheen kreeg ik een extra gerecht gratis. Bij mijn laatste bezoek hoefde ik alleen nog de salade af te rekenen; zulke vaste klanten krijgen ze blijkbaar zelden.

Weinig toeristen kiezen Pakistan als hoofdbestemming. De meeste reizigers zijn op doorreis, al dan niet met georganiseerde tours. Bijvoorbeeld van Iran naar India, of op de spectaculaire Karakoram-route die door de Himalaya naar China loopt. Vrijwel iedereen die Pakistan op dergelijke wijze bezoekt, als tussenstop, als doorgangsland, raakt uiteindelijk gefascineerd. Pakistan is een land dat erg ‘zichzelf’ is, met een unieke identiteit en enigszins in zichzelf gekeerd. Dat maakt het bezoek voor menigeen tot een bijzondere ervaring.

Wat trek ik aan?

Pakistan is een echt mannenland. Ik bracht ooit een week door met vrienden, woonachtig in de plaats Mandibahauddin, centraal gelegen in het noordelijke Punjab. Ik ben in die week aan geen enkele vrouw voorgesteld, heb ze niet de hand mogen schudden, heb hun namen niet geleerd. In het openbaar vervoer reizen sommige vrouwen met het gelaat totaal afgedekt, zodat zelfs de ogen verborgen blijven. In de Pakistaanse treinen reizen mannen en vrouwen in gescheiden coupés.

Voor de vrouwelijke toerist is aanpassing van de kleding aanbevolen. Niemand zal je verplichten een hoofddoek te dragen, zoals in Iran aan de orde is. Dat doen veel Pakistaanse vrouwen evenmin. Wel draag je als vrouw kleding die armen en benen volledig bedekt en geen nadruk legt op bepaald lichtaamsdelen. Je hoeft daar in Nederland nog niet druk om te maken. Neem gewoon wat extra geld mee, stap na aankomst in Karachi, Islamabad of Lahore een kledingzaak binnen en laat je adviseren over iets wat prettig draagt, er goed uitziet en toch gepast is. Als je je aanpast aan de Pakistaanse kledinstijl, val je als westerse vrouw veel minder op in het straatbeeld en heb je ook minder kans om lastig gevallen te worden door mannen.

In Karachi ontmoette ik een Nigeriaanse zakenvrouw die absoluut lak had aan alle voorschriften. Zij liep gewoon in shorts en een topje. In wereldsteden als Karachi en Lahore kom je daar misschien mee weg, daarbuiten wordt het tricky. Overigens is het voor mannen evenzeer ongepast om met blote benen te lopen. Je korte broek kun je net zo goed thuislaten.

Als je je dan begint af te vragen hoe het moet op – bijvoorbeeld – het strand, dan kan ik je geruststellen. Pakistan heeft geen strandtoerisme. De paar troosteloze stranden rondom Karachi zijn één grote misère. “Een week uitrusten aan het strand” hoef je niet in je reisschema in te passen. Misschien is dat ontbreken van strandtoerisme wel een oorzaak van de matige populariteit van Pakistan als vakantieland. En hoewel het land rijke culturele erfschatten heeft, ontbreken voor het toerisme aansprekende highlights als een Borobudur of een Taj Mahal. Daarom blijft Pakistan een bestemming voor een kleine groep toeristen.

Islam
Bij het ontstaan in 1947 was Pakistan de eerste moderne moslimstaat ter wereld. Turkije, bijvoorbeeld, was en is een seculiere staat. Wat dat betreft is Pakistan de voorloper van alle regimes die sindsdien de Islam tot staatsgodsdienst hebben gemaakt. Pakistani zijn gedreven moslims, maar geen fanatici. In tegenstelling tot sommige andere landen ben je als buitenlander welkom in zowat elke moskee. Houd je aan de voorschriften (schoenen uit; even handen, gezicht en voeten wassen, hoofd bedekt) en de meeste Pakistani zullen je bezoek aan een moskee alleen maar waarderen. Twijfel je ergens over, bijvoorbeeld hoe of wanneer je als vrouw naar binnen gaat, vraag dan even advies. Normaal gesproken helpt iedereen je graag op weg.

Wil je het wassen in de moskee helemaal volgens de regels doen, dan moet je de volgende handelingen verrichten op volgorde: drie keer je handen wassen, drie keer je mond spoelen, drie keer je neus ‘spoelen’, drie keer je gezicht wassen, drie keer je armen en drie keer je voeten. Je begint steeds rechts, dan links. In een moskee staan manden klaar met hoofddeksels. Loop je blootshoofds, dan is het de bedoeling dat je daar gebruik van maakt. Pak er een uit en zet ‘m op.

Nederlanders kunnen zich erover verwonderen dat Islamieten zoveel waarde hechten aan het van buiten leren van de Koran. Je ziet kinderen de Koran reciteren op Koranscholen. Je kunt Pakistani tegenkomen die bijna geen habbekrats hebben aan materiële bezittingen, maar wel de complete Koran uit hun hoofd kunnen opzeggen.

De Koran is niet zo’n lijvig boekwerk als de Bijbel. Een uitgave in een normale paperback telt zo’n 400 bladzijden. Hoewel de verhalen van alle bekende profeten de revue passeren (Abraham, Noach, Jezus, Mozes) is de Koran wel essentieel een ander boek dan de Bijbel. De Bijbel is in de kern een boek over God, waarin God zelf zelden aan het woord is. De Koran, daarentegen, bevat alleen letterlijke woorden van Allah, onthouden en opnieuw uitgesproken door Mohammed, en daarna opgeschreven. ‘Koran’ betekent ook: de voordracht. De Bijbel is een boek in de derde persoon, de Koran in de eerste persoon. De Bijbel begint met: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Dat zou zo nooit in de Koran kunnen staan. Dan zou er staan: “In den beginne schiep Ik de hemel en de aarde.”

Omdat de Bijbel een boek is over God, zijn Christenen van oudsher gericht op: wat vertelt dit boek ons nou over God? Maar omdat de Koran het letterlijke woord is van Allah, zijn moslims gericht op: wat zegt Allah precies? Vandaar de waarde die de Islam hecht aan het van buiten leren van de Koran. Daarnaast zal elke moslim je vertellen dat er geen melodieuzer, welsprekender, poëtischer Arabisch bestaat dan de taal van de Koran. De Bijbel is geen kunstwerk. De Koran wel. Een moslim zal je ook vertellen dat het juist daarom zo makkelijk is een eenmaal geleerde tekst voor altijd te onthouden.
Het Christendom en de Islam hebben, omdat ze beide in één almachtige God geloven, voor het probleem gestaan waar nu het ‘kwaad’ in de wereld vandaan komt. Oorlogen, terrorisme en concentratiekampen, welke rol speelt God daarin? In deze kwestie is het Christendom opgeschoven naar het beeld van een barmhartige en goede God. De Islam kiest ervoor de macht van Allah boven alles te stellen. Alles in deze wereld, het goede en het slechte, bestaat bij de bekoorlijkheid van Allah. Neem bijvoorbeeld het genre van Hollywood horrorfilms, bij uitstek The Exorcist. Een dergelijk filmgenre bestaat in een Islamitische cultuur niet. Dat Allah zelf een partij zou zijn in een strijd tussen Goed en Kwaad, is voor de moslim ondenkbaar.

Voor de moslim staat vast dat Allah de mens een volkomen vrije wil heeft gegeven. De wereld waarin moslims leven is een neutrale wereld, met de mogelijkheid tot goede levenspaden en slechte levenspaden, waaruit ze zelf kunnen kiezen. Voor de moslim staat eveneens vast waarom wij hier op aarde zijn. Om te communiceren met Allah. Een moslim zal je kunnen uitleggen dat Allah de mensen met opzet een bewustzijn heeft gegeven waarmee zij zich – in tegenstelling tot andere levende wezens – direct tot Allah kunnen richten en Hem kunnen vragen om wat ze nodig hebben. Zie je op reis Pakistani bidden, dan zal je opvallen dat zij aan het eind van het gebed hun handen openvouwen en nog wat napraten. Dat is het moment waarop de moslim zich direct tot Allah richt met z’n wensen.
Overigens is de mens in de Islam niet de “koning der schepping” zoals in het Christendom. Gelijktijdig met de mens schiep Allah ook de “jinn”, de niet-stoffelijke geesten. Mens en jinn staan voor Allah op hetzelfde niveau. Evenmin is de mens geschapen naar Allah’s evenbeeld. De mens is niet in staat te bevatten hoe Allah eruit ziet.

Eén van de aardigste verhalen over de vergevingsgezindheid van Allah vertelde een Pakistaanse kennis mij, Mohammed Ishaq, uit Mandibahauddin. Op de dag des oordeels stuurt Allah twee mannen naar de hel. De ene man rent naar de hel, de andere slentert erheen. Allah vraagt beide mannen om een verklaring.

De man die rent zegt: “Mijn leven lang heb ik nooit naar U geluisterd. Maar ik heb besloten voortaan meteen alles te doen wat U zegt.”
De man die slentert antwoordt: “Ik had verhalen gehoord over Uw medeleven. Ik hoopte dat, als ik nog wat zou treuzelen, U zich wellicht nog zou bedenken.”
Op grond van deze antwoorden verleent Allah beide mannen alsnog toegang tot het paradijs.

Pakistan als bestemming
Het noorden van Pakistan – de pieken van de K2 (8611 m.) en de Nanga Parbat (8126 m.), de valleien rond Hunza, Gilgit en Chitral – vormt een grandioze bestemming voor bergklimmers en (semi) professionele expedities. Onze zomer is het beste trekseizoen voor deze regio, in tegenstelling tot Nepal waar het dan regentijd is. In alle gevallen gaat het hier om ervaren bergbeklimmers die je nauwelijks meer hoeft uit te leggen hoe ze hun trekkings moeten voorbereiden.

Voor wie overblijft, is Pakistan een bestemming die interessant is als je motivatie is om een moslimcultuur daadwerkelijk te leren kennen. Mensen die zich willen vergapen aan mooie plaatjes en graag met hun fototoestel in de aanslag lopen, kunnen hun heil beter elders zoeken. Bedenk dat Pakistan nagenoeg is drooggelegd. Alcohol kun je slechts sporadisch krijgen in de duurste internationale hotels of in illegale circuits. Is jouw ideale vakantie op een zonnig terras zitten met een glas bier of een karaf witte wijn? Daarvoor ben je in Pakistan niet aan het juiste adres.

Pakistani spreken een eigen variant van het Engels. In het begin zul je moeite hebben met hun uitspraak. Vrijwel zonder uitzondering vonden ze van mij dat ik erg slecht Engels sprak. Engels wordt trouwens bij lange na niet door alle Pakistani beheerst. Hotels vind je in elke redelijke plaats. Het openbaar vervoer komt overal. Reis je per bus of minibus, vertrek dan zeer vroeg in de ochtend. In de loop van de middag komt het vervoer langzaamaan stil te liggen. Je zult trouwens merken dat het land rijk is aan uitlaatgassen.

Zijn de Indiase spoorwegen een motor achter de economie, de Pakistaanse spoorwegen worden gerund door een noodlijdend bedrijf dat continu op de rand van het faillissement balanceert. Treinen rijden er genoeg en je komt doorgaans uit waar je zijn moet, maar reken bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend op een comfortabele nachtrust. Op elk groter treinstation verkoopt men een spoorboekje, Trains at a Glance, waarmee je je treinreizen kunt plannen. Probeer treinen van tevoren te reserveren. Maar is de trein van je voorkeur al volgeboekt, dan vind je altijd wel een alternatief. De beste klasse is overigens de “air-conditioned sleeper” of de “lower a-c”.

Uiteindelijk is Pakistan een reisland voor trekkings of voor wie geïnteresseerd is in de Islam. Bedenk dat veel moslimlanden, zeker Pakistan, typisch stedelijke culturen hebben. Leuke dorpen met een formaat als Oirschot, Ommen of Domburg vind je niet gauw. Op naar de steden dus. Daarnaast kunnen beelden van schrijnende armoede onder zwervers en daklozen, zeker in steden als Karachi en Peshwahar, erg confronterend zijn.

Pakistani begroeten elkaar met “Assalaam Alaikum” – vrede zij met u. Neem dat over. Deze groet is zeker niet voorbehouden aan moslims. Schud iemand de hand, maak oogcontact en spreek de woorden langzaam, luid en duidelijk uit. Je breekt er ijsbergen mee.

Laatste impressie
Het is een uniek moment. Ik bevind me in Karachi. De stad ligt in het spoor van de laatste totale zonsverduistering van de eeuw die van Engeland naar India beweegt. Rond vijf uur ’s middags gaat hier het licht uit. Ik heb me tactisch opgesteld nabij de kust van de Indische Oceaan, precies op het hart van het pad.

Vooraf had ik me wilde voorstellingen gemaakt van het spektakel. Hoe zou het gaan wanneer de zon verdwijnt boven deze miljoenenstad? Hoe zouden de menigten van Karachi reageren?
Maar op het moment zelf blijft alles kalm. Als het donker valt, knippen de winkeliers even de TL-buizen aan in hun winkels. En twee minuten later weer uit. Meer niet.

Het was alleen ik, de Europeaan, voor wie deze zonsverduistering een magische, symbolische ervaring was. Ik ben het, die zo’n sensatie eigenlijk als ‘bovennatuurlijk’ beleeft. Voor de Pakistani was het gewoon over tot de orde van alledag.

Interessante links:

Pakistan Tourism Development Corporation
Algemene toeristische informatie over Pakistan

Ecotourism Society Pakistan
Ecotours in Pakistan

The Guardian – Travel

Reisverslag over het Kalash winter festival in Pakistan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *