Trekking Nepal

In principe zijn wandel- en trektochten activiteiten waarbij de nadruk op het zien en genieten van de natuur moet liggen. In de praktijk is dit echter niet altijd het geval, met afval, erosie en andere schade als bewijs. Sommige populaire plekken in de Himalaya zijn bijvoorbeeld vervuild met niet-afbreekbaar afval zoals zuurstofflessen en lege blikjes voor eten en drinken. Dit terwijl alleen al groen afval er extreem lang over doet om te vergaan. Dit omdat de koude temperaturen op grote hoogtes het natuurlijke biologische proces vertraagd. Dit proces beïnvloedt ook het herstel van bomen omgehakt voor brandhout. Het duurt veel langer voor planten om te groeien dan op lagere hoogtes. Bomen worden tijdens trektochten niet alleen gekapt voor het koken van het eten. In koude berggebieden, zoals in Nepal, verwachten de wandelaars een hete douche. Dit leidt tot ontbossing, gezien het gekapte hout zorgt voor het verwarmen van het water.
In sommige gevallen kunnen ook goede voorzieningen voor afval uitdraaien op een teleurstelling. Neem bijvoorbeeld de Langtang Vallei in Nepal, waar afvalbakken zorgvuldig zijn geplaatst nabij hotels en theehuizen, om alsnog geleegd te worden aan de rivieroever buiten het zicht van de toeristen.

Door de behoefte aan dragers, koks en ander personeel voor het verzorgen van trek- en bergbeklimmingsexpedities, kunnen deze activiteiten aanzienlijke sociaal-culturele effecten hebben. Trekking is een belangrijke industrie geworden in sommige landen en regio’s, zoals de Himalaya in Nepal, de Kilimanjaro in Tanzania en de Incatrail in Peru. Dit heeft voor een economische impuls gezorgd in arme gebieden. Er zijn vele voorbeelden waarbij persoonlijk contact tussen klanten of touroperators met lokaal personeel heeft geresulteerd in fondsenwerving en er individuele ontwikkelingsinitiatieven zijn ondernomen. Maar er zijn ook veel voorbeelden te noemen waarbij de voorwaarden en arbeidsomstandigheden van de lokale bevolking buitengewoon slecht zijn. In de meerderheid van de landen op aarde zijn de arbeidswetten en de bescherming van mensenrechten niet goed geregeld. Dit betekent bijvoorbeeld dat dragers tijdens trektochten moeten werken met slechte kleding en uitrusting. Veel dragers hebben alleen slippers om op te lopen, in berggebieden waar het vaak onder nul is! Ook moeten ze vaak veel te zware ladingen meedragen, wat kan leiden tot gezondheidsproblemen. Een touragent neemt zo min mogelijk dragers mee: een man minder kost ook minder. In Tanzania mag een drager maximaal 20kg dragen, maar de parkautoriteiten van de Kilimanjaro worden vaak omgekocht door de touragenten om dit door de vingers te zien. Gezien de slechte arbeidsomstandigheden van de dragers in barre weersomstandigheden, zijn verwondingen aan de orde van de dag. De International Porter Protection Group (IPPG) zet zich in om de arbeidsomstandigheden van dragers tijdens trektochten te verbeteren. Bezoek hier de website van de IPPG en de website van het Inka Porter Project.

Twee organisaties die focussen op de slechte werkomstandigheden waar dragers mee geconfronteerd worden door de hele wereld zijn de IPPG en Tourism Concern. Hun doelen zijn het verbeteren van de werkomstandigheden voor dragers. Denk bijvoorbeeld aan het gebrek aan fatsoenlijk schoeisel (er zijn vele gevallen bekend waarbij dragers teenslippers moeten dragen in temperaturen onder nul), zware ladingen dragen, slapen in de open lucht en hoogte gerelateerde ziektes wat zelfs tot doden geleid heeft.
De IPPG onderneemt verscheidene acties zoals lobbyen, educatie, controle en directe actie door het steunen van kledingbanken, de constructie van onderdak en het bevoorraden van reddingsposten. Het doel is dat elke drager toegang moet hebben tot goede kleding, schoenen, onderdak en eten wat geschikt is voor hoogte en weer, plus medische zorg wanneer men ziek wordt of gewond.

Tourism Concern heeft gewerkt met Britse trekking touroperators om het veelomvattende en praktische beleid over de werkomstandigheden van hun dragers toe te passen in de Himalaya; de Inca Trail, Peru en Mount Kilimanjaro, Tanzania. De richtlijnen hiervoor zijn geformuleerd door discussies met touroperators, de IPPG en andere dragerorganisaties ter plaatse. De richtlijnen hebben betrekking op gewerkte uren, verzekering en medische zorg en maximale gewichtslimieten, temidden van andere zaken. Dit heeft ertoe geleid dat 41 van de 80 touroperators in Groot-Brittannië het beleid over het welzijn van dragers implementeren. Toeristen zelf worden aangemoedigd om te trekken met touroperators die richtlijnen voor dragers toepassen en de omstandigheden van hun dragers te controleren.

De touroperator die trektochten aanbiedt, kan ook verschillende maatregelen nemen om de schade op natuur en milieu te beperken en de arbeidsomstandigheden van de dragers te garanderen. Zo kan een touroperator ervoor kiezen alleen samen te werken met hotels en touragenten die verantwoord omgaan met mens en milieu. Bijvoorbeeld accommodaties waar afvalwater en riolering verantwoord zijn aangelegd, passend bij het gebied. Denk hierbij aan recycling en maatregelen om water te besparen. Door samen te werken met lokale natuurbeschermingsorganisaties en maatschappelijke organisaties die de mensenrechten van dragers willen verbeteren, kan er bij gedragen worden tot natuurbehoud en eerlijke behandeling van de dragers. Ook trainingsprogramma’s voor lokale trekking bedrijven, dragers en gidsen kunnen gesteund worden. De trekker of wandelaar zelf speelt ook een belangrijke rol in het schoon houden van het gebied. Door biologisch afbreekbare zeep en shampoo mee te nemen, maar ook door al het verpakkingsmateriaal van flesjes en andere producten weer terug mee te nemen naar beneden.

Lees hier een uitgebreid reisverslag over Nepal. Je kunt hier een fotodocumentaire bekijken over dragers in Tanzania genaamd: A tourist’s dream, a porter’s nightmare.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *